donderdag 18 oktober 2007

Kampvuur

De hele groep zat rond het kampvuur. De vlammen wierpen spoken op hun gezichten.
John zat op een boomstronk ingeklemd tussen Jimmie en Pat. Hij staarde in het vuur, het spookverhaal dat er verteld werd drong nauwelijks tot hem door. Morgen zou hij weer naar huis gaan. Terug naar de werkelijkheid die zoveel enger was dan alles wat ze hier op Halloween kamp hadden gedaan. Enger dan de spooktocht, enger dan de spinnen in je gezicht, enger dan de jongen die gedaan had alsof ze verdwaald waren. Thuis was enger, thuis was zijn oma.

Sommige jongens hebben oma's die ze snoepjes toestoppen na het eten. Andere jongens hebben oma's die ze geld geven als ze een goed rapport hebben. En weer andere jongens hebben misschien helemaal geen oma's meer. Maar niemand had een oma zoals John.

John wist niet waarom hij bij zijn oma woonde. Hij wist niet waar zijn ouders waren. Het enige dat hij zich herinnerde was dat hij op een dag bij haar voor de deur was gezet. Zijn ouders hadden hem verteld om stil te blijven staan en tot 100 te tellen. Als hij bij 100 was, mocht hij op de deur kloppen. Ze aaiden hem over zijn bol en toen hij bij 10 was hadden ze het tuinhekje achter zich dichtgetrokken. Bij 40 had hij de deuren van de auto dicht horen slaan en waren zijn ouders weggereden in hun gammele auto. Bij 100 klopte hij zachtjes op de deur.

John schrok op uit zijn gedachten toen hij Lizzie hoorde gillen. De rest van de groep lachte en John begreep dat het spookverhaal spannend moest zijn geweest. Hij probeerde mee te lachen met de rest, maar het ging niet van harte. Iets in hem begreep Lizzie, haar angst, haar schrik, haar gegil.

Geen opmerkingen: